In de cultuur van het bewegingsonderwijs vindt een duidelijke verschuiving plaats met betrekking tot het rapport. Waar vroeger de focus lag op het uitdelen van een standaard eindcijfer, schuift dit steeds meer op naar het nauwkeurig volgen van leerlingen in moderne leerlingvolgsystemen. Maar waarom is deze transitie juist in de gymzaal zo ontzettend belangrijk?
De valkuil van het traditionele cijfer
Op veel basisscholen is het de norm: er wordt voor vrijwel alle vakken een cijfer gegeven. Voor reguliere vakken kan dit cijfer vaak eenvoudig nagerekend worden op basis van proefwerken of werkstukken. Voor het vak lichamelijke opvoeding is dit in de praktijk vaak anders. Toch is wat ouders en leerlingen op het rapport terugzien voor gym vaak gewoon dat ene, simpele cijfer.
Maar wat zegt zo’n zeventje of achtje nu eigenlijk over de ontwikkeling van een kind? Vaak kan men er hooguit uit opmaken of de docent vond dat de leerling een beetje zijn best had gedaan. Waarom is dit systeem dan toch nog steeds heel populair?
- Conformiteit
Veel gymdocenten doen hieraan mee, simpelweg omdat het binnen de gehele school zo werkt. - Gemak
Het is voor de docent relatief weinig werk en hij komt er makkelijk mee weg. Daarnaast is een cijfer makkelijk te onderbouwen als hierom gevraagd wordt. - Overzichtelijkheid
Het functioneren van kinderen in de gymzaal levert zeer complexe informatie op. Het is voor gymdocenten belangrijk dat deze informatie hanteerbaar gemaakt wordt, en een systeem met gemiddelden en cijfers bewijst zich dan als uiterst handig.
Dit alles gebeurt ondanks het feit dat een kaal cijfer eigenlijk helemaal niet uitdrukt wat er werkelijk over de ontwikkeling van een leerling gezegd zou willen worden.
Formatief beoordelen: de focus op het proces
Hoe kan het dan anders? De oplossing ligt in formatief leren. Bij deze manier van lesgeven en evalueren wordt er gekeken naar de stappen die de leerling tijdens het proces van de lessenreeks doorloopt. Bij formatieve beoordelingen krijgen de leerlingen geen eindcijfer, maar worden zij juist beoordeeld op de vorderingen die gemaakt worden.
Dit levert een veel eerlijker en completer beeld op van het kind. Dit zou dus kunnen betekenen dat een leerling met een minder goede motorische vaardigheid, een veel grotere procesontwikkeling door kan maken dan een leerling die van nature al motorisch vaardig is. Heel belangrijk daarbij is dat de beoordeling echt uitgaat van deze gemaakte vorderingen van de individuele leerling.
De kracht van eigenaarschap en motivatie
Het loslaten van het traditionele cijfer en het omarmen van voortgang heeft een enorm positief effect op de kinderen zelf. Wat levert deze verschuiving op in de gymzaal?
- Intrinsieke motivatie
Uit eerder onderzoek blijkt dat wanneer leerlingen een oordeel krijgen over hun voortgang in plaats van puur over prestaties, de intrinsieke motivatie toeneemt. - Eigenaarschap
Leerlingen die inzicht hebben in hun eigen niveau en weten wat hun vervolgstappen zijn, kunnen zelf persoonlijke doelen stellen en ervaren daardoor meer eigenaarschap. - Zelfvertrouwen
Door motiverend te beoordelen en successen (hoe klein ook) inzichtelijk te maken, krijgen leerlingen meer zelfvertrouwen om vol goede moed verder te oefenen.
Een modern leerlingvolgsysteem in het bewegingsonderwijs draait niet langer om afrekenen, maar om stimuleren. Door de focus te verleggen van cijfers naar persoonlijke vorderingen, creëren we een gymles waarin ieder kind – ongeacht zijn of haar startniveau – zich gezien, gewaardeerd en gemotiveerd voelt. En dat is uiteindelijk precies waar goed bewegingsonderwijs om draait.
